Plezier is een positief gevoel dat je hebt als je iets leuk vindt om te doen/ervaren.
De belangrijkste reden voor jonge voetballertjes om te trainen is plezier hebben met hun activiteiten. Het is één van de drie elementen van de intrinsieke motivatie.
De andere twee elementen zijn beter worden en willen winnen en komen meestal als de kinderen ouder worden.
Wat vinden kinderen leuk?
Om er voor te zorgen dat trainingen leuk zijn voor kinderen is het belangrijk om te beseffen wat kinderen in het algemeen als leuk ervaren;
- Scoren
zeker de jongere kinderen vinden het scoren van (doel)punten belangrijker dan het winnen.
zorg er dan ook voor dat de kans om te scoren groot is. - Afwisseling
niet alleen van verschillende trainingen, maar ook tijdens de training. (circuittraining)
hoe jonger de kinderen zijn, hoe korter de kinderen de concentratie vasthouden. Zorg dus voor meerdere oefeningen per training. - Uitdaging
dit kan een motivatieprikkel geven aan een spelertje om extra zijn best te doen om een oefening te laten slagen. - Winnen
Je kan van bijna elke oefening een wedstrijdje maken. Dat kan dan een individuele winnaar hebben of een team. - Nadoen van idolen
vooral schijnbewegingen of doelpunten vinden kinderen erg leuk om na te doen.
dit geldt niet alleen voor de soort oefening, maar ook de coaching achteraf door de trainer. - Beter worden
veel kinderen vinden het leuk om zichzelf te ontwikkelen. Het benoemen door de trainer van die ontwikkeling geeft die kinderen een enorme goed gevoel en is een stimulans om door te gaan. - Nieuwigheden
nieuwe oefeningen of een (grote) variant op een bestaande oefening doen kinderen vaak popelen om het ook te proberen. - Grapjes
dit is wel afhankelijk van het gevoel van humor van de trainer. Het helpt de trainer wel om te observeren wat de kinderen onderling leuke grapjes vinden.
Tegelijkertijd is het ook goed om te beseffen wat kinderen in het algemeen niet leuk vinden;
- Wachten
kinderen hebben weinig geduld. laat de spelers dan ook niet te lang op hun beurt wachten.
zet de oefening bijvoorbeeld dubbel uit of maak er een parkoerstraining van zodat ze op de terugweg naar de start ook bezig zijn. - Negatieve coaching
je kan coachen dat het fout is, maar je kan ook coachen dat het goed is geprobeerd. Dat maakt een groot verschil. - Onhaalbare doelen / te moeilijke oefening
maak niet te grote stappen in de moeilijkheidsgraad van de oefening. met kleine stapjes is de kans op succes veel groter. - Afgaan ten opzichte van medespelers
alleen in groep coachen als het gaat om inzet en gedrag
individueel coachen bij uitvoering van de oefening - Onduidelijkheid
een verschillend verhaal van (één van) de ouders enerzijds en de trainer anderzijds.
zorg er voor dat de ouders ook op de hoogte zijn van je visie en werkwijze. Spreek ze er eventueel ook op aan. - Pesten
dit spreekt voor zich. Het is soms moeilijk te herkennen. Het kan helpen om het vooraf te benoemen en er afspraken over te maken. Een plaagstootje kan wel, maar altijd dezelfde plagen is pesten.
Leerklimaat
Zorg er als trainer voor dat je een prettig leerklimaat creëert. Je kan dat doen door in ieder geval altijd heel enthousiast te zijn en af te spreken dan fouten maken mag en dat lachen om fouten niet goed is.
Fouten zijn er om van te leren en / of om ze te herstellen!
Daarnaast zal het geven van persoonlijke aandacht van de trainer als prettig worden ervaren door kinderen.
Activiteiten
Activiteiten buiten de training en wedstrijden om verhogen het plezier ook erg goed.
Denk hierbij aan activiteiten in de vakantie (clinic, voetvolley toernooi), zaalvoetbal, feestdagen zoals Sinterklaas en Kerst, bezoek aan betaald voetbal of een sportieve avondje bowlen.
Plezier in je training verwerken is voor een jeugdvoetbaltrainer hetzelfde als versnellingen voor een wielrenner.