Het is niet zo belangrijk dat je vandaag beter bent dan iemand anders,
Het is veel belangrijker dat je vandaag beter bent, dan dat je gisteren was.

 

De vorige tabbladen gingen vooral om wat er getraind moet worden. Minstens even belangrijk is hoe je als trainer vaardigheden en kennis kan overbrengen. Om daar meer inzicht over te krijgen geven we hieronder enkele nuttige punten over het leren zelf.

 

◘ Er zijn vier fases die een kind doorloopt met het verkrijgen van vaardigheden;

  1. Onbewust Onbekwaam
    de speler weet niet dat hij iets niet goed doet.
  2. Bewust Onbekwaam
    de speler begrijpt dat hij iets niet goed doet, maar hij kan het nog niet
  3. Bewust Bekwaam
    vlak na fase 2 komt deze fase waarin de speler moet nadenken om iets goed uit te voeren
  4. Onbewust Bekwaam
    Zonder er bij na te denken kan de speler iets goed uitvoeren.
    bij deze laatste fase zijn zwemmen, fietsen, schakelen versnelling en kijken bij oversteken goede voorbeelden.

Ideaal is dat spelers in alle vaardigheden in deze laatste fase zitten. Niet alleen de technische en tactische vaardigheden, maar zeker ook het kijken / scannen.
Het naar links en rechts kijken voordat men oversteekt  doen de meeste mensen automatisch zonder er bij na te denken.

 

◘ Bij het uitleggen van een oefening geldt vooral bij de jongste jeugd een handig stappenplan:

  1. Praatje
    Leg in eenvoudige en korte zinnen uit wat de spelers moeten gaan doen.
    hierbij helpt het om het beoogde resultaat (bijvoorbeeld een schot op het doel) te vertellen
  2. Plaatje
    Laat de spelers zien wat de bedoeling is. Je kan het zelf voordoen, of een speler die al weet wat de bedoeling is laten voordoen.
  3. Daadje
    Laat de spelers zelf de oefening uitvoeren,

 

◘ Afleren is moeilijker dan aanleren!!
Men moet dus voorkomen dat kinderen vaardigheden op de verkeerde manier aanleren. Daarom is het belangrijk om alle voetbalprincipes terug te laten komen in het aanleren van technische vaardigheden.
Bijvoorbeeld vanaf de jongste jeugd niet starten met het schieten van een bal vanaf een dopje, maar starten met een dribbel en vanuit die dribbel het schieten van de bal. Of bij een oefening niet de bal achterna lopen na een pass, maar een driehoekje lopen.

◘ De ketting is net zo sterk als de zwakste schakel.
Het is belangrijk om de minste vaardigheden het meeste aandacht te geven. Vaak vinden kinderen het niet leuk om oefeningen te doen waar ze (nog) niet zo goed in zijn, maar het uiteindelijke resultaat is wel hoger als men dat wel doet.
Dit is het beste te zien met twee voorbeelden;

  1. Een speler heeft twee vaardigheden;
    vaardigheid A met een cijfer 7
    vaardigheid B met een cijfer 5
    het totale resultaat is dan 35
    Je kan één van beide vaardigheden verbeteren;
    Verbeter je het beste vaardigheid van een 7 naar een 8 wordt het resultaat 40
    Verbeter je het minste vaardigheid van een 5 naar een 6 wordt het resultaat 42
  2. Stel je voor dat de perfecte speler bestaat:
    Techniek    10
    Tactiek       10
    Fysiek        10
    Persoon     10 +
    totaal          40
    Een goede voetballer met een score van een 7,5 voor elk onderdeel haalt een score van 30.
    Een denkbeeldige speler met de volgende cijfers heeft ook 30 punten:
    Techniek     0
    Tactiek       10
    Fysiek        10
    Persoon     10 +
    totaal          30
    De visie van Basjevo is dat het niet een optelsom is, maar een vermenigvuldiging:
    0 x 10 x 10 x 10 = 0
    Om tot een goede totaalscore te komen, moet je wel de minste vaardigheid verbeteren.

 

Intensiteit
In het voetbal wordt veel gesproken van een hoge intensiteit bij het topvoetbal. Het is dan wel goed om te realiseren dat intensiteit niet alleen een fysieke kwestie is. Dit wordt duidelijk met de volgende twee zinnen;

  1. Ik heb intens genoten van die film.
  2. Die rit in de nieuwe achtbaan was een intense ervaring.

Bij beide activiteiten was het fysieke deel te verwaarlozen. Het maakt daarom duidelijk dat intensiteit ook te maken heeft met de hersenen. Het gaat ook om hoe mensen de situatie / gebeurtenissen beleven en ervaren.
Hierdoor hanteren we de volgende definitie van intensiteit:

Intensiteit:
Het vermogen om snel en vaak te kunnen reageren en handelen op snel veranderende omstandigheden / weerstanden

(tijd, tegenstander, ruimte en bal)

Het logische gevolg van deze definitie is dan dat vaardigheden in de fase van onbewust bekwaam moeten zijn omdat er in (top)voetbal geen tijd is om na te denken om een beslissing te nemen.
Spelers moeten daarom gedurende hun voetbaljeugd in aanraking komen met steeds hogere intensiteit om hun vaardigheden op die manier te ontwikkelen tot wat nodig is.
De intensiteit kan dus naast een conditionele verbetering ook verhoogd worden door het steeds meer belasten van de hersenen. Dit kan bijvoorbeeld door te zeggen dat een doelpunt in de partijspel alleen gescoord kan worden direct uit een voorzet of alleen met het hoofd. Dit is dan een extra voorwaarde om de uitvoering moeilijker te maken waardoor de intensiteit nog hoger wordt.

 

 

 

 

 

goed gedrag belonen ipv slecht gedrag straffen

hoofdmomenten x-as en eigenschappen y-as → techniek is het moeilijkste en daarom prioriteit → achterstand is nauwelijks in te halen

leeftijd x-as en doelstelling training y-as

impliciet / expliciet met grafiek

in flow komen

tactiek in vragende vorm

het is niet belangrijk of je vandaag beter bent dan iemand anders, het is veel belangrijker dat je zelf vandaag beter bent dan dat je gisteren was.

POP gesprekken / speler volg systeem

video analyse

zelf ontdekken + in vragende vorm coachen = zelf met oplossing komen