Kijken is de verbindende factor tussen de techniek en tactiek.

Kijken is een zeer belangrijke vaardigheid voor voetballers. Deze vaardigheid moet daarom ook van jongs af aan worden aangeleerd. De visie van deze site is om dat kijkgedrag in oefeningen in te bouwen zodat de voetballertjes het (spelenderwijs) aanleren.
Het gaat bij de allerjongste niet om wat ze doen met wat ze waarnemen, maar om het feit dat ze tijdens het voetballen aanleren om te kijken naar andere dingen dan de bal.

Eigenlijk geeft het Engelse woord SCANNEN een betere omschrijving. Het is het vastleggen van informatie. In het voetbal komt het er op neer dat je bewust bent van de bezetting van (een deel) van het speelveld om je heen.
Die informatie is de input voor de (tactische) beslissing die een speler moet nemen. Moet de speler bijvoorbeeld op de goal schieten, overspelen naar een medespeler of gaan dribbelen met de bal.

Moment van kijken

Om het voor de jongste spelertjes makkelijk te maken, is het verstandig om te beginnen met het kijkgedrag als ze in balbezit zijn.
Vanaf de middenbouw is kijken voordat je in balbezit komt een vervolgstap. 

De afbeelding hiernaast geeft een grote lijnen aan hoe de aandacht van jeugdspelertjes tijdens het spel  zich ontwikkeld in de loop van de jaren.

Belangrijk is dat jeugdtrainers zich realiseren dat kijkgedrag niet alleen bij balbezit is. Ook als de tegenstander de bal heeft moeten spelers om zich heen kijken om de juiste beslissingen te nemen.

Kenmerken

Er zijn een aantal kenmerken die in een training moeten zitten om het kijkgedrag aan te leren. De belangrijkste is dat er in een oefening een beslissing genomen moet worden. Om een beslissing te nemen moet je "input" hebben. De beste manier om dat te krijgen is te kijken. Een oefening die je zonder nadenken kan uitvoeren is het aanleren van een "trucje" of het onderhouden van technische vaardigheden, maar bevordert niet het inzicht van een speler.

Een zeer goed praktisch voorbeeld is de start van veel oefeningen te veranderen van een pass vanaf een pion naar een speler die bij een andere pion staat, in een start met een dribbel en de medespeler de keuze te geven om vrij te lopen naar twee verschillende plaatsen. Hierdoor moet de starter kijken naar zijn medespeler om de bal naar hem toe te kunnen schieten.

Er zijn echter ook andere manieren die een trainer kan gebruiken om het kijkgedrag te bevorderen;
Als je wilt dat de spelers een bepaalde actie uitvoeren op commando, dan moet je dat signaal niet geven door middel van iets te roepen, maar door middel van een gebaar of een bepaalde kleur.
Dit dwingt de spelertjes om op te kijken naar waar het signaal vandaan moet komen. Een vervolgstap om het moeilijker te maken is om de plaats waar het signaal vandaan moet komen te variëren door rond te lopen.
Vaak kunnen spelers, als ze met hun hoofd naar beneden kijken naar de bal, vanuit hun ooghoek nog wel het shirtje van de spelers om zich heen herkennen. Door bijvoorbeeld de tikkers een petje op te laten zetten, dwing je de spelers om het hoofd omhoog te houden.